15-05-08

THE FUGITIVE


"Pfffft," zei ik, "tegen dat die gaften hiel zijn, ligt uw heel gebit deluit. Ik ben zo gene plutsel gelijk gij he."
De tandarts besefte dat ik voor op zijn minst een kwart gelijk had. Wanhopig keek hij in het rond. Toen maakte hij een kruisteken en sprong door het raam. Ja, dwars door het glas. Ik ging een kijkje nemen. Hij was juist aan het rechtkrabbelen, keek met angst in de ogen naar mij en rende toen de velden in.
"Lafaald!" riep ik hem na, maar ik denk dat hij dat al niet meer gehoord heeft.
De zwelling van mijn kaak begon te verminderen. Zeker goedkoop spul uit de supermarkt, dacht ik.
"Veel heb ik hiel niet meer verloren", zei ik tegen mezelf.
Ik keek nog eens rond om te zien of ik niets vergeten was. En toen zag ik aan een kapstok een witte tandartsjas hangen. Verdekke, dacht ik, die ga ik eens passen. Ik had altijd al willen weten hoe ik er als tandarts zou uitgezien hebben. En ik had geluk: er hing ook nog zo'n mondmasker bij en zo'n kapje om over je hoofdhaar te trekken.

Wordt vervolgd

11:22 Gepost door lord | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.